Schenkingsrecht

Schenkingsbelasting is de belasting die wordt geheven over de waarde van de geschonken goederen of van de bevoordeling die de begiftigde geniet. De schenker moet in Nederland wonen wil de Nederlandse fiscus kunnen heffen. De woonplaats van de begiftigde is niet van belang. De arm van de fiscus is echter lang. Als een Nederlander emigreert, bijvoorbeeld naar België, dan blijft gedurende 10 jaar na zijn vertrek de Nederlandse fiscus over de schenkingen heffen. Neemt de emigrant die de schenking heeft gedaan een andere nationaliteit aan, dan wordt de termijn tot één jaar teruggebracht. Voor schenkingen van ouders aan kinderen gelden vrijstellingen. Zo kennen we een jaarlijkse vrijstelling van € 5.141,- (vrijstelling 2013) per kind. Ouders kunnen eenmalig aan hun kinderen tussen hun 18e en 40e verjaardag (de vrijstelling vervalt dus om 24.00 uur op de dag dat het kind de leeftijd van 40 jaar bereikt) belastingvrij een hoger bedrag schenken. Deze vrijstelling kan ook met succes benut worden als het kind waaraan wordt geschonken weliswaar 40 jaar of ouder is, maar zijn echtgenoot nog niet. In 2013 mag deze schenking per kind niet meer dan (€ 24.676,-) bedragen.
Voor de aanschaf van een eigen woning of voor de verbouwing van de eigen woning (of voor de bekostiging van een studie) wordt deze vrijstelling dan nog verhoogd naar € 51.407. Als een kind voor zijn 40e al eens de verhoogde vrijstelling heeft ontvangen kan aanvullend nog € 26.732 vrij worden geschonken, mits ook voor de woning bestemd.
De leeftijd van 40 jaar is nieuw voor 2013, voordien gold een leeftijd van 35 jaar.

Schenkingen door of aan twee personen die met elkaar gehuwd zijn, worden bij elkaar opgeteld. Het heeft dus geen zin een schenking te splitsen in een bedrag aan de zoon en een aan de schoondochter. Schenkingen die in de loop van één kalenderjaar aan een kind zijn gedaan, worden eveneens bij elkaar geteld als ware het één schenking. Als het al wat oudere schenkers betreft kan het zinvol zijn in december een schenking te doen en in januari daarna. Binnen korte tijd kan dan een aanmerkelijk bedrag worden geschonken en kan twee maal van de tarieven en vrijstellingen gebruik worden gemaakt.

Niet alleen schenkingen aan kinderen, maar ook aan kleinkinderen kunnen interessant zijn met name als de kinderen het vermogen zelf niet nodig hebben. Het vermogen kan dan een generatie overslaan en wordt bij overlijden van de kinderen niet belast met erfbelasting (vroeger: erfbelasting). Wel dient u op het volgende bedacht te zijn: Schenkingen tussen ouders en kinderen worden zoals gezegd bij elkaar geteld als zij gedurende de loop van één jaar zijn gedaan. Voor schenkingen aan anderen, dus ook aan kleinkinderen, wordt deze periode verlengd tot twee jaren. Het belastingtarief dat geldt voor kleinkinderen is 18% over de eerste schijf tot € 118.254. Voor schenkingen aan anderen, dus ook aan kleinkinderen, geldt (slechts) een vrijstelling per kleinkind van € 2.057,- (vrijstelling 2013) per twee jaar. De vrijstelling voor de erfbelasting is veel hoger, deze bedraagt € 19.535,- (vrijstelling 2013). Het kan interessant zijn (als de kinderen daartegen geen bezwaar hebben) om bij testament aan de kleinkinderen te schenken, dat heet dan 'legateren'. Legaten gelden als aftrekpost in de nalatenschap zodat de kinderen daarover geen erfbelasting verschuldigd zijn. De kleinkinderen ontvangen een legaat gelijk aan de vrijstelling belastingvrij.

Wie betaalt het schenkingsrecht?
Hoofdregel is dat de begiftigden, bijvoorbeeld uw (klein)kinderen het schenkingrecht verschuldigd zijn. Het is ook mogelijk dat de schenker het schenkingsrecht voor zijn rekening neemt. Men noemt dit: 'de schenking geschiedt vrij van recht'. In feite gebeurt het volgende: u geeft een bedrag aan uw kind, waarover hij schenkingsrecht moet betalen. Doordat u ook dit recht betaalt schenkt u dit dus eigenlijk ook. Over deze extra 'schenking' moet uw kind opnieuw schenkingsrecht betalen, dat u weer voor uw rekening neemt. Wie hierover nadenkt komt vrij snel tot de conclusie dat er een oneindige reeks van steeds kleinere schenkingen ontstaat. De wetgever heeft hiervoor een oplossing bedacht. U schenkt het bedrag èn het schenkingsrecht, dit heet het primaire recht. Over het geschonken bedrag en het (eenmalig te heffen) primaire recht wordt dan het uiteindelijke verschuldigde recht berekend.
Bij grotere schenkingen (en dus bij een hogere progressie) kan een schenking vrij van recht een fiscaal voordeel opleveren.

TOP